Telecomdata vormen goed wapen tegen criminelen

Academici die achteloos het belang van telecomgegevens wegwuiven, opereren buiten de realiteit.

Met verwondering las ik een volgend pleidooi van Egbert Dommering en Nico van Eijk over de Bewaarplicht. Deze beide hoogleraren informatierecht geven nu eensgezind politie en OM een uitbrander, vanwege het benadrukken van de ernstige gevolgen van het afschaffen van de bewaarplicht van (tele)communicatiegegevens voor de opsporing. En de Volkkrant vanwege het meewerken aan een politieke opzet met de verwoording van de zorgen van het OM.

Gemakzuchtig argumenteren

Ik wil niet tornen aan het recht van de auteurs om hun vreugde te betuigen over de rechterlijke uitspraak die de bewaarplicht strijdig achtte met privacybeginselen. Ook wil ik niet redetwisten over het zwijgrecht van verdachten: of een verdachte zwijgt, wat zijn goed recht is, of ontkent, mag voor de bewijsvoering niet doorslaggevend zijn. Daar zal geen zinnig mens anders over denken.

Mijn verbazing geldt het gemak waarmee de auteurs zich distantiëren van de argumenten van politie en justitie, die wijzen op de negatieve effecten van de rechterlijke uitspraak voor de criminaliteitsbestrijding. Dat in tal van dossiers de beschikbaarheid van historische telecomgegevens substantieel heeft bijgedragen aan het leveren van de bewijslast die uiteindelijk een veroordeling mogelijk maakte verdient wel wat meer serieuze overweging.

Robert M. en veel meer

Dan gaat het niet alleen om geruchtmakende zaken als die van Robert M. of de liquidaties in het publieke domein. Het Openbaar Ministerie heeft 130 van zulke dossiers aangewezen en die worden door Dommering en Van Eijk met één armzwaai naar de prullenbak verwezen. 'Niet steekhoudend' zouden ze blijken bij 'verificatie door deskundigen'. Wie die deskundigen zijn, over welke expertise ze beschikken en waarop ze hun conclusies baseren wordt niet vermeld. Dat is weinig geloofwaardig en bovendien unfair tegenover het OM, dat niet te horen krijgt waarover het zich nu moet verdedigen tegenover wie.
Eveneens heb ik me verbaasd over de bewering dat het tijdstip waarop het bericht werd geplaatst 'politiek is ingestoken'. Heeft de Volkskrant zich hier blind voor het karretje van het OM laten spannen? Weten de heren dit, vermoeden ze het? Van wetenschappers mag net zozeer worden verwacht dat hun stellingen berusten op feiten als van politie en justitie.

Verzameldrift

In het laatste deel van het artikel verbreedt de focus zich: nu gaat het over de 'big data verzameldrift' van de overheid en over hoe die wordt 'goedgepraat'.
Het lijkt me zinvol om de onontkoombaarheid te beseffen van het feit dat wij leven in het informatietijdperk. Over ons doen en laten is ontzagwekkend veel informatie beschikbaar. Telecomproviders gebruiken zelf belgegevens om het gedrag van hun klanten te analyseren en voorspellen. De supermarkt bepaalt zijn commerciële strategie op basis van onze bonuskaart. De overheid is kampioen-informatiehouder en ook zij maakt steeds efficiënter gebruik van wat zij weet.
In een recent interview met De Correspondent vertelt Hans Blokpoel, directeur van de belastingdienst, openhartig over hoe hij zijn 'big data' met slimme technieken analyseert om zicht te krijgen op fraudepatronen. Is dat verkeerd? Integendeel, het stelt hem beter in staat zijn toezichtapparaat te richten op een beperkte categorie boosdoeners waarvan de maatschappij ernstige schade ondervindt.

Zorgvuldigheidsplicht

De overgrote meerderheid van burgers die zich aan de wet houdt kan daardoor beter worden gefaciliteerd en ongemoeid gelaten. Wel heeft de overheid anders dan commerciële spelers een uitermate belangrijke zorgvuldigheidsplicht waar het gaat om hoe zij haar eigen informatie gebruikt.

Over welke gegevens voor welk doel ingewonnen, gebruikt of verbonden worden moet de overheid nadenken, verantwoording afleggen en voortdurend in gesprek zijn, zeker ook met de academische omgeving.
In het kader van goed bestuur is er ontegenzeglijk een sterke behoefte aan adequate 'data governance'.

Ik weet uit ervaring dat het OM de discussie daarover graag voert en dat experts op het terrein van informatierecht daarbij even nodig en welkom zijn als criminologen, strafrechtjuristen, wiskundigen en ethici.

Als de beide auteurs in die discussie hun argumenten willen inbrengen en nuanceren, kan dat de kwaliteit van de rechtshandhaving alleen maar ten goede komen.

*) Jos van der Steen is voormalig hoofd strategie en beleid bij de Nationale Recherche.

Telecomdata vormen goed wapen tegen criminelen

Gepubliceerd

11 mei 2015

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0