De Chinese muur

Van 26 tot 29 januari vond in de Leidseplein theaters in Amsterdam het Weerwoordfestival plaats. Egbert Dommering hield daar een inleiding over Censuur en Internet.

Er is een nieuwe Chinese Muur. De nieuwe Chinese muur heeft zich aangepast aan onze tijd: zij is groter dan de oude, strekt zich uit tot alle grenzen van het immense Chinese rijk, is onzichtbaar maar weerbarstiger dan de stenen. De nieuwe Chinese Muur is een bevel van de Chinese regering aan Google zijn nieuwe Chinese zoekmachine Google.cn te censureren.

Daarin mogen geen zoekwoorden voorkomen zoals Tiananmen (van het plein in Peking waar in 1989 de slachting van de studentendemonstratie plaatsvond), massamoord, onafhankelijkheid, Tibet, Taiwan en rechten van de mens.

Ik heb zelfs ergens gelezen dat 'rechten van de mens' wel voorkomt, maar bij aanklikken je meteen parkeert op de site van de regerende communistische partij. Google heeft aan het bevel van de Chinese regering gevolg gegeven.

Zij heeft zich verdedigd met de stelling dat filtering tegen haar beginselen ingaat, maar dat het helemaal niet ontsluiten van informatie erger is. Zonder deze knieval was zij niet op de Chinese markt toegelaten. Zij heeft er aan toegevoegd dat zij geen individuele communicatiediensten aanbiedt, zoals blogs en email, omdat dit haar in de moeilijke positie zou hebben geplaatst dat zij dissidenten had moeten weigeren.

Google heeft, aldus haar woordvoerders, gekozen voor het minste kwaad. Anders had zij de Chinezen veel informatie moeten onthouden, die zij nu wel kan ontsluiten. Yahoo is Google voorgegaan. Haar Chinese zoekmachine wordt allang gecensureerd. Zij biedt ook individuele communicatiediensten aan. Daarmee heeft haar filiaal in Hong Kong vorig jaar de journalist Shi Tao verlinkt, die via zijn site zogenaamde staatsgeheimen (lees: de Communistische regering onwelgevallige berichten) zou hebben verspreid.

Op verzoek van de Chinese overheid heeft Yahoo alle individuele communicatiegegevens van de journalist verstrekt, die vervolgens kon worden opgespoord. Shi Tao zit nu een gevangenisstraf van tien jaar uit.

Het verhaal van Google.cn heeft een Chinese, een wereldwijde en een Europese strekking. De Chinese invalshoek toont ons de schaduwzijde van de bejubelde economische boom van het nieuwe Chinese kapitalisme. Het nieuwe China gaat de wereldmarkt veroveren, in China ontsluit zich een enorme markt. Hijgend van opwinding lopen de jonge Europese toeristen door Shanghai. Hier zal het de komende tien jaar gaan gebeuren. Het zal ook een omwenteling in Europa betekenen. Binnenkort zullen de Japanse toeristen door cohorten Chinezen uit de Venetiaanse gondels worden geduwd.

Onder dit stralende sprookje ligt echter een rationeel akkoord tussen de middenklasse met de communistische partij: wij de markt, jullie de politieke macht, cuius regio, eius religio. Dat is de spreuk waarmee wij in Europa in 1555 in de vrede van Augsburg de godsdienstoorlogen beslechtten: wie de macht heeft over het gebied, bepaalt de godsdienst in dat gebied.

In China: in het economische domein bepaalt de kapitalistische middenklasse de ideologie, in het politieke domein de communistische partij. Optimisten, onder wie zich inmiddels de Microsoftkoning Bill Gates heeft geschaard, denken dat het kapitalisme vanzelf het politieke domein zal veroveren en de democratie zal invoeren. Pessimisten beschouwen het als de bevestiging van de autoritaire Aziatische variant van een vrije markteconomie, een blijvende waterscheiding tussen vrije economie en autoritaire politiek.

De politieke machthebbers in China beheersen al jaren de informatiestromen. Informatie is immers altijd een potentiële ondermijning van politieke macht. Satellietschotels en inkomend omroepverkeer wordt in China van oudsher gecontroleerd. Murdoch is met zijn op China gerichte televisiezenders al veel eerder voor censuur door de knieën gegaan. Internetcafés zijn vergunningplichtig, het gebruik aldaar geregistreerd. De toegang tot nieuws wordt gehinderd, als het politiek onwelgevallig nieuws is.

Maar de politieke machthebbers zijn bang; zij willen de informatie zelf ook niet meer zien. Zo las ik onlangs dat de trottoirbankjes voor een van de grote hotels in Shanghai zijn verwijderd, omdat het stadsbestuur in dat hotel met belangrijke mensen vergadert, en maar liever geen uitzicht heeft op arme mensen op een bankje voor de deur. En zij zijn ook bang voor het Internet.

Misschien dat de optimisten gelijk krijgen en dat de situatie lijkt op het prerevolutionaire Frankrijk van de 18e eeuw. In die periode werd de repressie van informatie in Frankrijk steeds verder opgevoerd, maar dat kon niet verhinderen dat zij van buitenaf via illegale import van alle kanten naar binnen spoot.

Maar nu de wereldwijde invalshoek. Op de internationale VN conferentie in Tunis in november 2005 over de wereldwijde regulering van het Internet stonden verschillende blokken tegenover elkaar. Er waren de niet democratische landen (waaronder China) die een wereldwijde regeling wilden, niet alleen op het niveau van de telecommunicatie (kort gezegd de adressering via het domeinnamensysteem) maar ook op het niveau van de informatiestromen zelf.

De andere groep wilde een wereldregulering van de telecommunicatie. Geen van beide kreeg gelijk. Het Internet blijft stevig in Amerikaanse handen. Binnen de Amerikaanse democratische traditie weet Google de Amerikaanse regering nog te weerstaan door niet te doen, wat Yahoo in China deed: het afstaan van inloggegevens om inzicht te krijgen in het communicatiegedrag van Googlegebruikers (het surfgedrag naar pornosites).

Toch blijft Internet een wereldwijd communicatiesysteem dat in de Amerikaanse invloedssfeer ligt. Op de markt van ontsluiting van informatie (de zoekmachines) blijven de Amerikaanse spelers dominant. Als de Amerikaanse democratie niet meer functioneert is er een dreiging van censuur uit die hoek.

Op Europees niveau zien wij dat Europese overheden de controle op Internet verhogen. De Franse Yahoozaak heeft de aandacht getrokken. Een Franse rechter liet op verzoek van een Joodse belangenorganisatie een Neo Nazi site voor het Franse publiek afsluiten. De zaak onderscheidt zich in gunstige zin van de Chinese variant dat er een rechter aan te pas is gekomen. Toch wordt in Europa buiten de rechter om de druk opgevoerd. Dat brengt mij tenslotte bij Nederland.

Eind januari werd bekend dat de doorgifte van zogenaamde haatzaai satellietzenders (Al Manar en Sahar TV) op last van minister Donner werd geblokkeerd. De minister moest toegeven dat deze maatregel een wassen neus is, omdat de zenders via Internet nog steeds zijn te bekijken door Islamitische jongeren, die zoals minister Remkes dat eens heeft uitgedrukt, op bovenkamertjes voor hun PC schermen zitten te radicaliseren.

Er is nu de extra attractie aan toegevoegd dat zin naar verboden zenders mogen kijken. Maar voegde Donner er omineus aan toe: dat Internetprobleem moeten we in EG-verband aanpakken. In Nederland is er, met name vanuit CDA-kring, een toenemende druk om uitingen in de media en ook op Internet te reguleren. Terrorismebestrijding is hier het slagwoord, maar in feite gaat het om beperkingen op vrije woorden die niet passen in de officiële strijd tegen de radicale Islam. Het is dus een ideologische kwestie; in mijn ogen zijn we getuige van een moderne godsdienstoorlog. En daarbij hoort, zo weten wij uit de geschiedenis, censuur en repressie.

Het CDA heeft een rapport geproduceerd onder de titel "Alles van Waarde is Weerbaar", waarin de verlanglijst van het CDA is opgenomen. Weliswaar gaat dat voor een groot deel over antiterreur maatregelen, maar er zijn er toch een aantal die toezien op de vrijheid van meningsuiting: met name de wens om een verbod op de verheerlijking van het terrorisme doorgevoerd te zien, een voorstel waarop al uit brede kring kritiek is geuit. De minister van Justitie richtte zich recent op satellietzenders. Het uiteindelijke doelwit is het Internet.

Maar ook hier gaat het naar mijn mening, zoals bij de Chinese machthebbers, om angst. De titel van het CDA-rapport is een verbastering van een dichtregel uit een gedicht van Lucebert. De dichtregel luidt: "Alles van waarde is weerloos" en het gedicht heeft een geheel andere strekking, dan de titel van het CDA-rapport doet vermoeden. De verwijzing naar Lucebert heeft mij wel geïnspireerd tot een citaat uit de bundel Ongebundelde Gedichten, als afsluiting van deze inleiding. Het is het derde deel van de Drie liederen uit de perfecte misdaad. Het heet het Slaapliedje der Reactie en het drukt het soort angst uit waar ik het hier over heb uit:

Slaapliedje der Reactie

Zangstem met orkest: "Wees geduldig en tevree goedgelovig en gedwee vraag niet naar dingen die bestaan vraag om genade of de maan"

koor: want die naar kwade zaken zoekt is gevaarlijk en vervloekt en wie kwade namen weet en noemt is gevaarlijk en verdoemd"

Wij zullen in een tijd dat de regering het taalgebruik op straat wil reguleren, de poëzie nog hard nodig hebben.

Tot slot nog een praktische mededeling: wanneer U in zoekmachines naar dit stuk verwijst wilt u dan de woorden 'China', 'angst','godsdienst',' terrorisme', en 'Dommering' blokkeren.

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0