Publieke omroep, koesteren of kastijden?

De koopman verslaat de dominee in deze crisisjaren. Keert het tij al in 2013? Voorzetten van VVD, PvdA, Mediafonds en NOS ex-hoofdredacteur. *)

Precies drie jaar geleden keken we uitgebreid terug op tien jaar ‘Het Bestel’ in Hilversum. Met een korte termijn blik leek er voortdurend turbulentie te zijn, maar over een periode van vijftig jaar viel het wel mee: de inhoud van de discussie veranderde niet wezenlijk.

Twee jaar terug beschreef minister Marja van Bijsterveldt de omroepplannen in detail, met een financiële uiteenzetting van de oplopende bezuiniging van 200 miljoen euro. Op de plannen kwamen felle reacties uit het omroepveld, inclusief de aankondiging van Dominique Weesie dat Powned het loodje zou leggen. Hij doelde op het benodigde ledental, niet op creatieve armoede.

Maar creativiteit is de komende jaren wel de sleutelfactor, terwijl het regeerakkoord het volgende in petto had voor de publieke omroep: “De landelijke publieke omroep krijgt daarnaast een extra taakstelling. Deze kan onder meer worden gerealiseerd door de eigen inkomsten te vergroten, onnodige uitgaven aan ledenwerving te voorkomen en door de voorgenomen koppeling tussen ledenaantallen en budgetten van omroepverenigingen los te laten en te vervangen door systeem met A- en B-licentie. Toetreding van nieuwe omroepen blijft mogelijk.”

Over de uitvoering gaat het debat. Deze sessie van het congres zal dus nauw samenhangen met die over Hollandse Glorie. Hoe innoveren we met media voor de thuismarkt en export.

Kun je creatieve productie met beleid sturen? Of kun je beter vertrouwen op de markt? Met een John de Mol die mondiaal aan de top is gekomen als creatieve ondernemer en partijen als Eyeworks die internationaal scoren?

Martijn van Dam is als kamerlid van de PvdA gebonden aan het Regeerakkoord. “Maar ik ben er absoluut niet blij mee”, zo laat de meest deskundige mediawoordvoerder in het parlement weten. Van Dam wil in elk geval de 100 miljoen zo veel mogelijk verzachten, door de publieke omroep extra inkomsten te laten verwerven. Bijvoorbeeld door kabelaanbieders meer te laten betalen voor de doorgifte van de publieke zenders. Dat kwam als TV-taks op de voorpagina van De Telegraaf.

Van Dam: “Dat is iets anders dan wat ik wil en de bedragen van 8 euro en 60 miljoen waren foutief. Niet het publiek moet gaan betalen, maar de kabelaars. Die maken op elke euro 50 tot 60 cent winst door hun machtige positie in de distributie.”

Van Dam vindt ook dat ze meer moeten betalen voor de Nederlandse zenders: “Dankzij hun sterke positie betalen de kabelaars nu een laag bedrag. De zenders kunnen de kabel niet missen. Tegenover andere partijen is hun positie sterker.”

Inderdaad, want KPN liet de abonnees van Digitenne weten dat een prijsverhoging met bijna 30 procent onderweg is, met als motivatie dat het meer aan de zenders moet betalen. Maar KPN probeert klanten ook te bewegen naar interactieve televisie over te gaan.

‘Beperkte blik Dekker’

Het Mediafonds, dat van het kabinet mag verdwijnen, houdt momenteel een intensieve serie verkenningen voor advisering over het toekomstig mediabeleid. Grote veranderingen in – digitale - distributie en productie hangen nauw samen, zo blijkt in elk geval.

Volgens Hans Maarten van den Brink, directeur van is dit reden genoeg om het mediabeleid breed te bezien. Dekker verzuimt dat tot nu toe, vindt hij: “Het kabinet neemt de publieke omroep apart terwijl die meer dan ooit onverbrekelijk verbonden is met de rest van het media- en digitale distributiespeelveld. De huidige aanpak is echt achterhaald.”

Het gevolg is volgens Van den Brink een tot mislukken gedoemde poging om met oude middelen vernieuwing tegen te houden of op zijn minst te negeren. Maar kun je vanuit Den Haag de nieuwe mediamarkt wel vormgeven? “Inderdaad is het voor niemand te bepalen in welk tempo de veranderingen zich voltrekken en welke van de tientallen nieuwe en oude spelers het uiteindelijk in welk distributiemodel overblijven. Maar je kunt wel in kaart brengen wat het krachtenveld is en wat je minimaal aan basisnieuwsvoorziening, cultuur en culturele identiteit wilt behouden.”

Dat is niet mogelijk met louter het huidige omroepbestel stutten en een beetje hervormen: “De strijd om de burger win je er niet mee. Terwijl het fundament trilt en het dak steeds meer lekt, wil Den Haag wat schilderijtjes recht hangen.”

Van den Brink noemt het mediadebat van april als teleurstellend voorbeeld. “Er is geen beeld van wat toekomstbestendige omroep is. Je zult alle media moeten beschouwen, ook de pers. Kranten zijn verbonden met commerciële omroepen, terwijl de publieke omroep nog steeds op het volstrekt achterhaalde begrip van de leden is gebaseerd.”

VVD: maak leidend maken

Sander Dekker, noch de VVD beperken zich allerminst tot de publieke omroep wat betreft de toekomstverkenning voor de media. Dat zegt kamerlid Matthijs Huizing van die partij in een vraaggesprek voorafgaande aan zijn bezoek aan Endemol, in het kader van die verkenning. “Ik wil het in elk geval breed bezien en volgens mij ziet Sander Dekker eveneens dat het kijk-, luister- en leesgedrag en dus ook de mediadistributie momenteel aan grote veranderingen onderhevig is. Je doet natuurlijk geen serieuze verkenning als je je beperkt tot de publieke omroep.”

Wat de VVD betreft zou de markt leidend moeten zijn en vult de publieke omroep de belangrijke gaten: “Nu is het andersom en ontstaat er een kip-ei situatie. De publieke omroep zendt programma’s uit omdat ze die tot haar taken rekent. De commerciële partijen laten die dus liggen. Als je als publieke omroep een aantal programma’s loslaat dan zal na een poosje meer worden opgepakt door de markt.”

Huizing noemt als taken nieuws, achtergronden, cultuur, educatie en -  opvallend - ook sport. Dus ook een Champions League en Eredivisie? “Sport is onderdeel van onze cultuur, dus deze wedstrijden moeten op tv te zien zijn. Maar de publieke omroep zou zich moeten beperken tot het bekostigen van de productie. En niet op rechten moeten bieden die commerciële partijen ook kunnen exploiteren. Voor de publieke omroep resteren dan de sporten die de markt niet oppakt.”

Dit past ook bij het overheidsbudget dat de VVD voor ogen heeft: Rutte I kortte tot 2016 van 800 naar 600 miljoen euro, Rutte 2 nog eens 100 miljoen extra. Terecht, vindt Huizing: “Netto is dat 60 miljoen. Gezien de beperking van de taken en de kostenbesparingen van het BCG-rapport kan de publieke omroep behoorlijk bezuinigen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit in de kerntaken.”

Maar de Ster-reclame, die je ook als marktverstorend kunt zien, wil Huizing om pragmatische redenen wel in stand houden: “Anders zou de overheid die 200 miljoen, of een wat lager bedrag, moeten compenseren en dat zit er nu gewoon niet in.”

Concurrentie via internet door de NOS zou Huizing daarentegen wel willen beperken: “Met Nu.nl, Telegraaf.nl en veel ander commercieel aanbod wordt daarin voorzien. Publiek geld zou online programma gerelateerd besteed moeten worden en niet voor concurrentie. Als de omroep moet bezuinigen, dan daar ook op.”

NOS Nieuws ziet Huizing niet als een programmaondersteuning of uitbreiding. Hij beseft wel dat met toenemende multimediaproductie en uitgesteld kijken/luisteren het beperken van de omroep op internet niet eenvoudig is. “Ik twijfel dus nog op dit punt.”

Op de vraag of subsidie niet tussen omroep en andere mediavormen verdeeld moet worden, antwoordt hij negatief: “Landelijke uitgevers staan niet te trappelen om staatskranten te worden; de VVD wil dat evenmin. Je breidt al snel de oneigenlijke concurrentie uit. Regionaal is er wel een probleem en kun je kranten indirect steunen door samenwerking met regionale omroepen.”

De vraag of onderzoeksjournalistiek extra steun behoeft, vindt Huizing ook buitengewoon lastig. Als de markt dat niet meer trekt en de teruggang schaadt de nieuwsvoorziening en democratie, dan moet je daar goed naar kijken. Dat doen we nog in vele gesprekken.”

PvdA: omroepen bron  creatieve industrie

Martijn van Dam vindt het zinnig om de publieke omroep apart te bezien: “Al sinds ik mediawoordvoerder ben worden de grootste veranderingen voorspeld, vooral over on demand kijken. Deels voltrekken die zich ook met een groei van YouTube, maar ondertussen stijgt nog elk jaar de lineaire kijktijd.”

Het belang van sterke zenders neemt in Hilversum toe. Het aandeel van uitgesteld kijken steeg weliswaar flink, maar bedroeg in 2012 nog maar 3,2 procent van de totale kijktijd. Van Dam: “Dat is de realiteit, dus je moet niet te snel afstand nemen van de oude kanalen. Die zijn meer dan gewoon een verzameling programma’s. De rebranding van de publieke omroep naar NPO 1, 2 en 3 past daar bij. Je ziet dat SBS met drie aparte merken zenders profileert en RTL juist weer onder een centraal merk.”

Hij is niet blind voor het nieuwe kijken. “Dat heeft zijn onaantrekkelijke kanten. In onze kringen is Borgen razend populair maar wordt voornamelijk op dvd gekeken. Het gemeenschappelijk gesprek en beleven worden dan moeilijk. Die behoefte van mensen om het samen te ervaren, wordt door de zieners onderschat.”

Grappig is dat juist het twitteren en tweede scherm het tegelijkertijd kijken ondersteunen. Het is zinloos te twitteren en facebooken over de dvd die je bekijkt. Van Dam wil het non-lineair aanbod van Hilversum wel versterken, ook om de door het kabinet beoogde nieuwe inkomsten mogelijk te maken. “Uitzending Gemist is dan te smal. Hilversum moet ook programma’s vooruit kunnen aanbieden.” Worden omroepen dan niet gewoon productiehuizen die straks ook aan een Netflix, Youtube en Hulu Nederlandse programma’s leveren? Van Dam ziet dat niet snel gebeuren. Al zegt hij wel: “Vooral voor de commerciële zenders, die meer afhankelijk zijn van buitenlandse aankoop, zal de strijd heftig worden. Tenminste handhaving van Nederlandse producties is wel één van de grootste zorgen, maar uitbreiding van deze creatieve industrie is ook nodig en mogelijk.”

Van Dam vindt dat juist de publieke omroep een centrale rol moet vervullen. Alle succesvolle producenten konden rekenen op een krachtige afname van nieuwe formats van de publieke omroep. “Je schiet in je eigen voet als je het budget van de omroep verlaagt, want dat is een fundament van de creatieve industrie die we juist willen versterken.”
 

Laroes: lange termijn formuleren

De omroepfusies maken het bestel krachtiger volgens Van Dam en wijst op de uitdrukkelijke wens van Vara en BNN tot samensmelting. Van Dam ziet ze niet als energieverspilling. Dat doet Hans Laroes wel. De gewezen hoofdredacteur van het NOS Nieuws die nu zijn brood verdient met adviesklussen, liet weten de omroepfusies onzinnig te vinden.

Hij vindt het omroepbeleid passen bij een ‘bananen-monarchie’: “Voor mij begint het met een idee dat past bij deze tijd, met een bij de taken passend budget. Een idee zonder budget leidt tot dagdromerige, grenzeloze luchtfietserij. Een krimpend budget zonder idee leidt tot drama…

Hilversum is een inert systeem aan het worden, gericht op overleven. Wat in Hilversum als revolutionair wordt gezien (Omroepfusies!) heeft geen betekenis in de echte wereld, de buitenwereld. Er is te vaak geen sprake van gezamenlijke kracht, maar van gezamenlijk dwars zitten. De ene omroepcombinatie is volstrekt bereid de andere een mes in de rug te steken in de strijd om, bijvoorbeeld, het Pauw & Witteman-tijdslot.”

 

Journalisten zijn goed in het vertellen wat er mis is. Mmaar hoe moet het dan wel? Laroes wenst geduldige en goede journalistiek vervat in documentaires en buitenlandse verhalen.

Ook: “Van innovatie en experiment, te delen met iedereen buiten de publieken. Van nieuwe verbanden via de digitale netwerken met iedereen die nieuws te delen heeft, wil meepraten, wil suggereren. Durven, doen en dromen.”

Toch (dag)dromen? Maar in welke organisatie? Laroes wil een nieuwe systeem vanaf 2020 definiëren: “Tijd genoeg om taken en rollen en acties te beschrijven, met de journalistiek in al zijn uitingen, mits innovatief als kern. De taak is daarbij allesomvattend, niet de omroeporganisatie.”

Dat is niet even de publieke omroep regelen zoals de kabinetten Rutte bedachten, maar een visie waarmee je over zeven jaar een organisatie neerzet die voldoet aan het veelgehoorde criterium ‘toekomstbestendig’. “Dat zou een model a la BBC mogen worden, maar minder uitbundig. Formuleer één taak voor programmering in alle media. Maak een soort van tienpuntenplan als afspraak met de samenleving over de publieke taak.”

Deze nieuwe NPO kent geen leden, maar legt op vele manieren toch verantwoording af aan het publiek. Bij voorkeur in dialoog,  per programma, per thema, producent via bijvoorbeeld – nieuwe - sociale media.

“Dat zal veel effectiever en bevredigender zijn dan nu 5 euro overmaken aan Jan Slagter die je dan een dvd van 20 euro stuurt zonder dat leden enige zinnige invloed op programmering krijgen.”

Zo’n stem van het volk zal volgens Laroes minder opportunisme met zich meebrengen dan van de politiek die vooral de macht van het geld uitoefent. De 200 miljoen van Rutte 1 vindt hij de grens, de 100 miljoen van Rutte 2 te veel. Eigenlijk moet die 200 miljoen ook worden teruggedraaid op grond van Laroes’ principe ‘geen reclame’. “Dat is wel zo zuiver en je hebt dan echt een scheiding tussen publiek en commercieel.”

Die 200 miljoen is concurrentievervalsing volgens RTL, SBS en uitgevers. Vooral grote evenementen als de Champions League harken miljoenen binnen. Laroes: “Demagogie. De commerciële omroepen zouden wel bieden op de grote sportrechten als die echt zo veel zouden opleveren. Ze bieden er niet eens op.”

Vierde macht bepalen

Mediajurist Jetse Sprey van VWS Advocaten in Amsterdam acht die schets van Laroes feitelijk onjuist: “De commerciëlen moeten ook opbieden tegen publiek geld en moeten dus aanzienlijk meer binnenhalen aan reclame om dekking te krijgen. Je kunt politiek formuleren dat een Champions League en Eredivisie bij een publieke omroep horen, daar ga ik niet over.”

Maar vindt Sprey, hoe dan ook maakt een publieke omroep inbreuk op een vrije markt voor mediaproducties. Hij is voor een formulering van publieke omroep onder een ideologie van een ‘vierde macht’:

“Naast de wetgevende, controlerende en een juridische macht een controlerende macht van het publiek, uitgeoefend met behulp van journalistiek.”

Sprey zit daarmee op de lijn van Marianne Zwagerman die ook instandhouding van de journalistieke waakhondfunctie als het ‘barre minimum’ formuleert, in plaats van mediumgebonden steun. Ze overlegt nog met politici over haar idee, maar de kans is klein dat in deze smalle tijden getornd gaat worden aan principes.

De kans is groter dat het omroepbeleid met pappen en nathouden de crisis doorgeloodst gaat worden. Te meer daar de VVD en PvdA het flagrant oneens zijn over de principes van de inrichting. Ze zijn het louter grondig eens over behoud van de Ster-reclame, omdat ze beide in het lekkende schuitje van de alsmaar groter wordende dreigende staatsschuld zitten. Op zijn best zal op korte termijn een poging worden ondernomen om de 100 miljoen extra bezuiniging tenminste voor een flink deel af te wentelen. Dat zou al goed nieuws zijn.

Verder is te verwachten dat er een hele brede en lange discussie komt over de principes voor een nieuwe omroep. Dar zal het Mediaparkjaarcongres een forse aftrap in nemen.

Commissariaat: meer en minder

Toezicht op de media moet iets goedkoper worden. Echter, er komen taken bij met online video. Is dat goed?

Het Commissariaat van de Media boekte voor de uitvoering van zijn taken 6 miljoen euro lasten in 2012 – met ruim 50 werknemers. Het CvdM zegt dat daarvan 4 miljoen voor 2013 en de jaren daarna bestemd is, waarvan  3 miljoen extra van OCW komt.

De toezichthouder moet ook bezuinigen, maar mag daar lang over doen, met uiteindelijk 700.000 euro structureel vanaf 2018. Nu vergt dat geld, ook om de efficiency van de organisatie flink op te voeren. 

Als het aan mediajurist Jetse Sprey van VWS Advocaten in Amsterdam ligt, mag het toezicht van het Commissariaat voor de Media een heel stuk beperkter en pragmatischer: “De enige rol is het voorkomen van valse concurrentie met de commerciële sector vanuit de grenzen die de politiek formuleert. Voor de rest: laat duizend bloemen bloeien.”

Het CvdM laat weten het daar niet mee eens te zijn: “We hebben een wettelijke taak die voorziet in het bewaken van de onafhankelijkheid, kwaliteit en diversiteit van de informatievoorziening, zoals deze in de mediawet en mediaregelgeving staan omschreven. Het voorkomen van valse concurrentie met de commerciële sector is daarvan een onderdeel.”

De overheid moet ook, via de Autoriteit Consument & Markt dan wel commissariaat, monopoliemisbruik tegengaan, vindt Sprey: : “Stel dat we afhankelijk zouden worden van een YouTube en haar regels voor toelating van video’s, kan dat haaks komen te staan op de vrijheid van meningsuiting. Je ziet die grens al naderen met bijvoorbeeld de censuur van iTunes.”

Webvideo erbij

Het commissariaat breidt het speelveld uit tot internet op grond van Europese regels, met eerste registratie van en daarna toezicht op ‘commerciële mediadiensten op aanvraag’. Deze zogenaamde ‘cmoa’s’ zullen extra werk met zich meebrengen: “Er is sprake van steeds meer vergelijkbaar media-aanbod op verschillende platforms met verschillende regelgeving. Daar moeten toezicht en handhaving op worden afgestemd.” Staatssecretaris Sander Dekker gaat er in zijn mediaverkenning wat over zeggen.
Slechts twintig video- en audio on demand diensten zijn geregistreerd, waarvan zes door Liberty Global Services BV, gelieerd aan UPC. Daarnaast zijn EU1.tv, 538gemist.nl en youtube.com/Radio 538, Infothuis.tv, Babestation.co.uk van Game Network, Videolandondemand.nl  en Moviemaxonline.nl van The Entertainmentgroep, Ximon.nl van Filmotech, Ziggo On Demand, Smulweb.tv van Younity Media, Disney.nl en Pathé Thuis aan toezicht onderworpen op grond van de Europese Richtlijn Audiovisuele mediadiensten.

 Er zijn ook aanbieders die nog geen melding hebben verricht en dat op grond van de regels wel hadden moeten doen. Het Commissariaat gaat deze groep systematisch in kaart brengen en actief benaderen. Vallen distributiediensten zoals YouTube daar ook onder? Of de tientallen Nederlandse contentpartijen die Youtube gebruiken? Nu.nl ook? Telegraaf.nl?

Het Commissariaat laat weten: “Dat hangt af van een aantal criteria. De belangrijkste zijn of hij redactionele verantwoordelijkheid draagt en of zijn aanbod in een zogenaamde catalogus is opgenomen.” Dat staat in de Beleidsregels voor classificatie van deze videodiensten. Conclusie: Nu.nl, Telegraaf.nl moeten zich melden, zo valt te concluderen, en Youtube niet. 
Oneerlijke concurrentie met de aanbieders van traditionele TV-diensten vormt het oogmerk van het toezicht. Zo zal gelet worden op de scheiding tussen redactie en commercie, ofwel redactionele onafhankelijkheid.
“Een ander belangrijk aandachtspunt is bescherming tegen ernstig schadelijke content, die anders dan bij lineair aanbod niet geheel verboden is maar wel afdoende moet zijn afgeschermd. “

 

*) Dit artikel werd onafhankelijk vervaardigd in voorbereiding op het Mediaparkjaarcongres 2013, in opdracht van organisator Immovator.

Dossier

Gepubliceerd

13 jun 2013

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0