De mallemolen van de mieren

Wat gebeurt er als de afstand tussen mensen kleiner wordt? Vraag het aan de zeventienjarige Duitse scholier Marco W., die op zijn vakantie een Turks meisje kuste op het strand. Ze zei dat ze vijftien was, maar ze bleek dertien te zijn. Toen kwam de politie, en Marco belandde in een Turkse cel met twintig andere boeven. Vooral het opgesloten zitten in een kleine ruimte met veel anderen wordt door Marco als traumatisch ervaren.

Waar je ook kunt zien wat er gebeurt als je met te veel mensen in een te kleine en onontkoombare ruimte zit, is in het tv-programma 'De gouden kooi'. Als er één begint met het herhalen van zinnen ('ik hoor wel wat je zegt, ik hoor wel wat je zegt, ik hoor wel wat je zegt'), zul je zien dat iedereen zinnen gaat herhalen. De een begint met treiteren, inmiddels treitert iedereen.

Herhalen als vorm en treiteren als norm. Het gedrag van de groep convergeert, iedereen volgt elkaar.

Deze column opende met de vraag wat er gebeurt als de afstand tussen mensen kleiner wordt. Onwillekeurig wordt ervan uitgegaan dat met het woord 'afstand' de fysieke afstand werd bedoeld. Hoeveel meter zijn we van elkaar verwijderd, hoeveel mensen wonen er in een stad of in een land? 'We zijn dichtgeslibd' als commentaar op de halfuurlijkse fileberichten.

Maar met 'afstand' kan ook bedoeld worden hoe makkelijk het is om een ander te bereiken. De laagdrempeligheid van een mailtje of een mobiel telefoongesprek. Het gemak waarmee mensen elkaar iets kunnen laten weten heeft onmiskenbaar betekenis. Niet alleen omdat we elkaar makkelijk kunnen vinden, maar vooral ook omdat we van elkaar verwachten dat we vindbaar zijn.

Er is iets aan de hand als je niet reageert. Er is iets mis met je als je niet meteen antwoordt op een mail. Je bent een drop-out als je niet meedoet aan de sms-race. En dus hobbelen we mee in de molen van de bereikbaarheid en de minder ertoe doende berichten. De wilsonbekwame volgt zijn boodschapper, en de boodschapper blijkt de wilsonbekwame te volgen. Als we niet oppassen, komen we zo in een fatale spiraal.

Schneirla (1944) beschreef het verschijnsel van de legermieren die terechtkomen in een 'circular mill', een cirkel: de legermier heeft de neiging en discipline om in straffe pas zijn voorganger te volgen, zeker als de afstand klein wordt. Het kan voorkomen dat er een grote cirkel van legermieren ontstaat, waar geen begin of einde meer te vinden is, en ook geen richting meer, anders dan het rondje dat iedereen in colonne loopt.

Een dergelijke cirkel kan een middellijn hebben van een paar honderd meter, zoals Beebe (1921) constateerde in Guyana. Een mier deed een paar uur over een rondje, de mierenmolen bleef een paar dagen bestaan en uiteindelijk gingen veel mieren dood door uitputting, waardoor de cirkel werd verbroken. Het ontstaan van een afstand bleek de enige manier om te ontsnappen aan je voorganger.

Er wordt steeds meer gesproken over een netwerksamenleving. Het is allemaal goed. Als je maar afstand houdt, zodat je het vermogen om te willen behoudt. Het is nog het enige wat ons onderscheidt van de legermier.

© 2007 Het Financieele Dagblad

Gepubliceerd

10 aug 2007

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0