Crisis ligt aan angstige, digibete politici

Politici moeten inzetten op meer politiek burgerschap ondersteund door ict. Anders zal de bevolking het heft in eigen hand nemen.

Met commentaar van:

De bankencrisis uit 2008 en de huidige schuldencrisis zijn geen autonome ontwikkelingen die louter kunnen worden toegeschreven aan bepaalde mensen, groepen of landen die onverantwoord hebben geopereerd.

Zij zijn in essentie een uitvloeisel van ingrijpende technologische veranderingen die de Amerikaanse futuroloog Alvin Toffler veertig jaar geleden beschreef als The Third Wave.

Zijn boodschap is dat wiel en stoommachine de basis vormden van ingrijpende economische en sociale veranderingen, die we sindsdien revoluties noemen. De wereld kwam er volledig anders door uit te zien.

De veranderingen die plaatshadden in de tweehonderd jaar na de uitvinding van de stoommachine vinden nu plaats binnen twintig à dertig jaar. Het lijkt er niet op dat de politiek zich dat echt realiseert, waardoor de huidige crisis zich alleen maar verder verdiept.

Na de landbouwrevolutie en de industriële revolutie voltrekt zich in onze tijd een derde revolutie. Deze revolutie, de digitale, is begonnen met de uitvinding van de computer rond het midden van de vorige eeuw. Het computergebruik explodeerde rond 1995 met de intrede van het internet. Evenals bij de vorige twee revoluties zijn de sociale en economische gevolgen kolossaal, met het belangrijke verschil dat het tempo van de huidige veranderingen veel groter is dan toen.

In het boek Dankzij de snelheid van het licht (1995) van Maurice de Hond werd gesteld dat de groei van internet een steeds groter deel van de menselijke activiteiten zou verplaatsen van de fysieke naar de virtuele wereld. In deze wereld zouden de factoren tijd, afstand en materie minder belangrijk worden.

Deze nieuwe werkelijkheid vergt een groot aanpassingsvermogen van mens en bedrijf. Start je een onderneming dan doe je dat op basis van een momentopname van de wereld en een calculatie van de toekomstige technologische mogelijkheden. In een geleidelijk veranderende omgeving zijn zulke inschattingen goed te maken, maar in de huidige wereld is er veel minder tijd je aan te passen.

Om dat goed te doen moet je zorgen dat jouw organisatie flexibel is en goed kan inspelen op de toenemende virtualisering en digitalisering van de wereld. Als leidinggevende moet je ook actief met nieuwe ontwikkelingen bezig zijn om daarvan belang en impact in te schatten.

Twee miljard internetters

De meeste (en zeker de grote) bedrijven en organisaties voldeden de afgelopen twintig jaar niet aan beide voorwaarden: de - doorgaans oudere - leidinggevenden waren meestal de laatsten die zich met de nieuwe technologie bezig hielden. Van een flexibele organisatie was nauwelijks sprake. En als er dan na veel tijd een nieuw kostbaar ict-systeem was gebouwd, bleek het ingericht te zijn op oude principes en wederom inflexibel.

Het technologische veranderingstempo van de afgelopen twintig jaar is adembenemend. Inmiddels hebben meer dan twee miljard zielen de beschikking over internet. Deze toegang tot de virtuele wereld biedt hun oneindige informatie en razendsnelle communicatie: zij volgen het nieuws, raadplegen relevante en irrelevante bronnen, en functioneren nu ook zelf als afzender. De tijd van het passief consumeren van informatie is voorbij.

Net zoals bij de vorige twee revoluties vinden er machtswisselingen plaats. Grote bedrijven verdwijnen, nieuwe bedrijven worden machtig (denk aan Apple en Google). Maar in de wereld van de politiek merk je er maar weinig van. Natuurlijk maken politici zelf gebruik van de nieuwe technologie, maar van de gevolgen hiervan voor het politieke systeem en besluitvorming merk je amper iets. Ook wordt amper ingespeeld op het gebruik van de technologie door de burgers.

Politici hebben de neiging met problemen uit het verleden bezig te zijn en daarvoor ouderwetse oplossingen te bedenken. Een duidelijke visie op wat er in de wereld verandert door de digitale revolutie hebben wij nog van geen enkele partij gehoord, laat staan van een regering.

Over bestuurlijke vernieuwing worden alleen maar rapporten geschreven, waar niets mee wordt gedaan. De reflex van elk kabinet is het resoluut uitvoeren van een pakket beleidsmaatregelen dat in de formatie is afgesproken - en daarvan mag niet worden afgeweken. Daarbij vallen het eigen gelijk en een gesloten houding op.

Huiverig voor de kracht

Terwijl duidelijk is dat dankzij internet de kracht van de bevolking kan worden ontsloten en benut, spant de overheid juist haar stuurcapaciteit aan. In IJsland wordt anno 2011 de nieuwe grondwet samen met de bevolking gemaakt, maar in Nederland zien politici internet hooguit als extra mogelijkheid om de eigen boodschap te verspreiden.

Men is huiverig de kracht van internet in te zetten voor echt positieve zaken, zoals een grotere transparantie van hoe beleid tot stand komt of het samen zoeken naar subtiele oplossingen voor de vele problemen op de werkvloer van zorg, politie, industrie en onderwijs.

Tegelijk neemt in de hele westerse wereld het vertrouwen van burgers in overheid en politiek af. Juist omdat hun duidelijk wordt dat die politiek zich geen raad weet met de geschetste ontwikkelingen. Dat lijkt geen probleem zolang mensen profiteren van een toenemende welvaart. 'De politiek' blijft dan relatief onbelangrijk en hun belangstelling beperkt zich tot het theatrale element bij onderwerpen die voor hun dagelijks leven weinig betekenen.

Dat is met de eurocrisis anders geworden. Politiek begint weer iets concreets te betekenen. De negatieve financieel-economische consequenties van politieke besluitvorming sijpelen door in het leven van alledag. Samen met een matige communicatie en weinig tot geen vertrouwen tussen politiek en samenleving is dat een recept voor een zeer roerige tijd.

Vele steken laten vallen

In hun omgang met de ict-ontwikkelingen hebben politici vele steken laten vallen. Symptomatisch is de bijna 5 miljard euro die is besteed aan de Betuwelijn. In het Digi-deltaplan Dankzij de snelheid van het licht (De Hond, 1997) werd geadviseerd om dat geld aan een glasvezelnet voor ieder huis en kantoor in Nederland te besteden.

Dan hadden we al rond 2000 een infrastructuur gehad waar niet alleen de hele wereld jaloers op was geweest, maar die ons vooral een gigantisch economisch voordeel had opgeleverd. Maar aan een premier die de muis in 1998 nog als afstandsbediening gebruikte, was die boodschap niet besteed.

Grootschaligheid was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw noodzakelijk om efficiënt te opereren - ter maximalisering van afzet en productie. Maar voor veel nieuwe bedrijven geldt dat nu niet meer. Omzet is nu gekoppeld aan flexibiliteit en een slimme integratie van de organisatie en haar klanten. Plaats en tijd zijn minder belangrijk geworden; het gaat nu om creativiteit, netwerk en inspelen op de technische mogelijkheden.

Maar ook hier is het contrast met de politiek groot. De overheid centraliseert beleid en legt hervormingen in handen van een selecte groep bewindslieden. Deze hernieuwde nadruk van het politieke primaat komt stoer over, maar ontkent de sociale werkelijkheid van veelvuldige initiatieven en samenwerkingen.

Ook op Europese schaal gaat men juist die andere kant op. Het Europese beleid is sinds de invoering van de euro dwangmatig geweest. De onrealistische eis dat lidstaten aan eenzelfde economisch regime moesten voldoen is debet geweest aan de huidige crisis. Hierbij leidde het vetorecht voor alle leden tot grote vertragingen en zwakke compromissen en de onmogelijkheid snel te reageren. Dit is gepaard gegaan met een nog groter democratisch tekort dan in de lidstaten zelf al het geval was.

We maken nu de grootste financiële crisis mee sinds de Tweede Wereldoorlog. Zij verdiept zich steeds verder en is overgeslagen naar de reële economie. Het unieke aan deze crisis is dat zij in belangrijke mate kan worden toegeschreven aan politiek handelen. Zonder burgers erbij te betrekken is de euro ingevoerd; daarover zijn onderling rigide afspraken gemaakt waaraan men zich vervolgens niet kon houden.

Steevast melden politieke leiders dat er adequate maatregelen zijn getroffen om de crisis de kop in te drukken, maar niet lang daarna blijkt dat niet waar te zijn en worden 'onbespreekbare' maatregelen plotseling bespreekbaar. Langzaam maar zeker mondt deze crisis uit in een ernstige politieke crisis.

Niet alleen zullen bij volgende verkiezingen grote verschuivingen ontstaan, de kans wordt steeds groter dat er nieuwe politici aan de macht komen die niet pro-Europees zijn, waardoor het gezamenlijk optreden nog moeizamer zal verlopen. Ook neemt de kans toe dat die verandering niet via de stembus verloopt, maar via massale acties op straat.

Heft in eigen hand

Het is eigenlijk onacceptabel dat de politiek het structurele element in deze ontwikkelingen zo onderschat. Men wil blijkbaar niet accepteren dat zij een uitvloeisel zijn van deze digitale revolutie die een andere organisatiewijze van bedrijven en instellingen noodzakelijk maakt.

Nog steeds denken politieke leiders de sociaal-economische crisis te lijf te kunnen gaan met een topdown-mentaliteit en moralistische boodschappen aan de bevolking, alsof de crisis vooral is ontstaan door te veel consumptie, te veel hebzucht en een lui makende verzorgingsstaat. Dit is de verkeerde boodschap.

Nederlanders zijn een bedrijvig volk dat allang eieren voor zijn geld heeft gekozen. Het valt op door zijn ondernemingsgezindheid, een open houding en een pragmatisch gebruik van nieuwe technieken. Wat Nederland niet nodig heeft, zijn verdere centralisering, een nieuwe technocratie en politieke scepsis jegens sociale pluriformiteit en diversiteit, noch het overdragen van nog meer zeggenschap aan Brussel.

Wat Nederland wel nodig heeft, is schaalverkleining, geholpen door een flexibel doch betrouwbaar bestuurssysteem dat inhaakt op de inventiviteit en verantwoordelijkheid van mensen voor ontwikkelingen in hun eigen omgeving. Daarbij is een vergroting van politiek burgerschap ondersteund door ict onmisbaar.

Omdat de meeste Europese politici bovenstaande ontwikkelingen niet willen, zullen zij het roer niet alsnog omgooien. Maar zoals de historie heeft laten zien, zal een bevolking bij werkelijk slechte economische ontwikkelingen het heft in eigen handen nemen. Met een grote kans op chaos.

Uiteindelijk hebben de politici van de toekomst geen andere keus dan burgers serieus te nemen en ontvankelijk te staan tegenover de innovaties die zij allang gebruiken.

*) Gerard Drosterij  is als politicoloog verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.

Crisis ligt aan angstige, digibete politici Crisis ligt aan angstige, digibete politici

Gepubliceerd

26 nov 2011

Wat vinden de experts?

29 nov 2011

Dit verhaal heeft een update keihard nodig

Dat stuk over digibete politici, daar steekt heel veel waars in, en Maurice zat dus behoorlijk goed toen-ie het voor 't eerst opschreef.

Jammer dat hij of zijn co-auteur (waar is die trouwens opeens voor nodig?) niet de energie hebben gevonden om deze analyse te updaten. Een globale beschrijving van de belangrijkste dingen die sinds het midden van de negentiger jaren in de wereld wel of juist niet gelukt zijn bij het betrekken van burgers via digitale kanalen, plus ook enigerlei analyse (of op z'n minst een beschrijving) van de klaarblijkelijke stroomversnellingen in de opkomst van burger-autonome activiteiten gedurende de afgelopen drie - vier jaar (de opkomst van bruin rechts, de Arabische Lente, Occupy) - zou fijn zijn. Herstel: is keihard nodig.

5 dec 2011

Dit is te simpel

Het moet gezegd: Maurice de Hond had een vooruitziende blik in 1995 met zijn boek “Dankzij de snelheid van het licht”. Maar het doortrekken van het betoog naar de problemen van deze tijd vind ik niet sterk.

In het begin van het verhaal wordt de financiële crisis geweten aan de digitale revolutie, maar later wordt de schuld bij de politici gelegd. En de oplossing die De Hond en Drosterij geven: terug naar kleinschaligheid, dus weg van Europa?

Dit is te simpel, de werkelijkheid is complex en paradoxaal: enerzijds wordt het individu machtiger door Internet, anderzijds wordt alles met elkaar verbonden en groeit het belang van wereldwijde samenhang. Dus: think global, act local.

De oorzaak van de financiële crisis ligt dieper dan politieke beslissingen rond de euro. Het is een gevolg van sturen op korte termijn door zowel politiek als bedrijfsleven,vanuit een geloof in eeuwigdurende economische groei.

Die focus op korte termijn lijkt overigens adequaat in het licht van de door Maurice de Hond gesignaleerde ultrasnelle verandering: we moeten immers flexibel zijn?

Maar ook hier is sprake van een paradox, want juist nu, in tijden van crisis en snelle verandering, hebben we behoefte aan een lange termijn visie. Een visie die erkent dat onze fysieke hulpbronnen eindig zijn, dat de aarde een begrensde draagkracht heeft en dat er daarom een einde aan de groei komt.

Er is een visie nodig hoe we tot duurzame vooruitgang kunnen komen, ook als de groei stopt, en hoe we de begrensde totale welvaart eerlijker kunnen verdelen. Analoog aan “think global, act local” zouden we kunnen zeggen: “think long term, act now”.

En de schuld bij de politici leggen is ook wat gemakkelijk (hebben we die niet zelf gekozen?). Laten we er zelf eens wat aan doen, ICT geeft ons daarvoor de middelen.

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0