Twee boeken over kinderen, internet en seks

De hype over kinderen, internet en seks brengt, niet toevallig, twee boeken voort. De rivaliserende kampen Mijn Kind Online en Stichting Kinderconsument publiceren. KPN, MSN en UPC betaalden, en koppelen er hun handel en daarmee aandelenkoers aan.

De inleiding van het boek rammelt al stilistisch en inhoudelijk. De schrijver belooft alles goed uit te zullen leggen, maar begint zijn verhaal met 'chatprogramma' en 'buddy' zonder deze termen uit te leggen. Vervolgens bespreekt hij uitgebreid het chatprogamma MSN, op zich nuttig, maar zonder op die plek te vertellen dat Microsoft zijn belangrijkste sponsor is. Dat staat wel achterop. Er volgt een nuttige uitleg hoe kinderen chatters kunnen weren.

Daarop begint de tocht langs profielsites. Keer op keer lezen we 'undercover', alsof de schrijver een bijzondere, onthullende methode heeft gehanteerd. De term 'undercover' is Van Dale verbonden met spionage: vermomd informatie inwinnen. In de praktijk is het ook toegepast voor journalistiek, met als bekendste voorbeeld Günther Walraff die met 'Ganz Unten' in 1988 discriminatie op de werkvloer genadeloos blootlegde. Het accent op 'undercover' door Delver is misplaatst. Delver heeft zich weliswaar niet voorgedaan als de ouder die samen met een vriend een zoon opvoedt, maar als een kind met interesse in seks, maar op internet is dat geen uitzondering. Uit het SCP-onderzoek blijkt dat een meerderheid van de kinderen zelf de identiteit vaak verhult; niks 'undercover'.

Te gênant

Dit deel van het boek is ook inhoudelijk zo slecht dat te gênant is om het verder te bespreken. Tik-, taal- en stijlfouten, inconsistentie, discutabele keuze van afbeeldingen (met een stervend kind ertussen) en opwinding van de schrijver ("Wat zie ik? Talloze jongens naar keuze!"); waar dient het nu eigenlijk toe, behalve het bieden van wat loshangende sensatie?

Terwijl de feiten al veel eerder en vaker (ook hier) zijn beschreven zonder de opgefokte dikdoenerij over 'undercover'.

Als toefje op deze bedorven taart biedt Delver de lezer zijn uitstapjes aan op Solomio.nl. Deze site gaat over de rand met webcamseks, trekt pedofielen, en een bepaalde groep tieners voelt zich daartoe aangetrokken. Delver is erop geattendeerd door het IVO in Rotterdam. Het IVO verzocht Delver daarbij om de site geen aandacht te geven daar die jongeren kan aantrekken. Nu kunnen er goede redenen zijn om dat juist wel openbaar te maken. Delver heeft echter niet enkel de afspraak met het IVO geschonden - zonder het daarvan in kennis te stellen - maar deze wat jeugd betreft extreme site als voorbeeld gebruikt.

Interviews en nuttige informatie

Vervolgens komt het kleinste deel, 20 pagina's, met interviews. Ze zijn gedaan door een leerlingjournalist. Hij schrijft niet zo slecht als Bamber Delver, maar wat meer hulp had niet misstaan. Al was het maar om te voorkomen dat één school - Waldheim mavo te Baarn - twee keer het onderwerp is op verschillende plaatsen.

Het derde deel van 'Vet Veilig Internet!', het 'plan van aanpak', biedt veel nuttige informatie, voor wie de reclame voor de activiteiten de Stichting Kinderconsument en de schrijfstijl voor lief wil nemen. Neem stoplappen als "Veilig internet hoort een totaalconcept te zijn." En ook: "De kloof tussen tieners en opvoeder als het gaat om technologie, maakt dat de opvoeding van tieners op de tocht staat." Inhoudelijk is dit een teneur, opvoeders krijgen te horen dat ze "hopeloos achter blijven" [sic].

Ook inhoudelijk klopt niet alles: zo wordt anonimiteit als troef van online pester genoemd, maar er staat ook: "Meer dan driekwart van de ondervraagde kinderen/jongeren weet wie de dader is."

Daar staat tegenover dat dit deel van 'Vet Veilig Internet' wel nuttig is en werkelijke problemen aan de kaak stelt. Zoals de veranderde gezagsverhoudingen in de klas als de leraar zich moet laten uitlachen omdat hij dingen niet begrijpt. De rubriek '10 meest voorkomende vragen en antwoorden' is qua vorm en inhoud helder en biedt houvast. De checklists voor scholen, ouders en leerlingen zijn even nuttig, evenals het voorbeeld 'internet protocol' voor scholen.

Inhoudelijk zijn er de nodige vraagtekens te plaatsen, nog even afgezien van de stijl waar de lezer wellicht intussen aan gewend is geraakt. Zo moet een kind dat de regels heeft overtreden volgens dit protocol te biecht gaan: "Vertel aan de meester of juf wat er precies fout gegaan is. Bij iedere fout hoort een straf. Die zul je daarna horen. Dat hangt ervan af hoe erg het is wat je hebt gedaan."

Commercieel angst zaaien

Het omslag van 'Vet Veilig Internet' is een tekening van een meisje achter een pc, dat wordt omringd door louche mannen. In het boek zelf maakt de Stichting Kinderconsument de nodige propaganda voor de eigen activiteiten, niet 'undercover' maar wel onhandig. De stichting heeft een commerciële achtergrond en commerciële banden. Het boekje doet wat ook commerciële virusbestrijders aan de lopende band doen met persberichten: angst zaaien met als gevolg meer handel.

Het is jammer dat de Stichting Kinderconsument (letterlijk betekent dit woord overigens 'kindergebruiker') die lijstjes en vraag-antwoord door zo'n slecht traktaat omgeeft.

Een beetje verliefd

Verliefd op internet - Over internetgedrag van pubers" is geschreven door Justine Pardoen en Remco Pijpers. Zij vormen MijnKindOnline (zie weblog), een project en sinds kort een stichting van Ouders Online en KPN. De laatste betaalde, via de pot voor 'maatschappelijk verantwoord ondernemen', het onderzoek dat aan het boek voorafging. Over dat onderzoek schreven we uitgebreid in de vorige Netkwesties.

De titel verklaard: "Het internet voldoet in alle opzichten aan de contactbehoefte van tieners. Ze zijn dol op internet. Of verliefd, zo u wilt. En als ze op internet zijn, dan kunnen ze daar ook verliefd worden op iemand. Dan zijn ze op een andere manier 'verliefd op internet'. Ze kunnen er zelfs hun eerste seksuele ervaringen beleven."

Het boek vangt aan met inleidende onderdelen over kinderen op internet, de opvoeding die daarbij hoort, digitale vriendennetwerken c.q. profielsites waarna de seks komt in verschillende hoedanigheden. Tenslotte volgens er pragmatische hoofdstukken met onder meer tips en vraag-en-antwoord.

MSN'en krijgt een verklaring: "Dat onophoudelijke, in de ogen van sommigen zelfs obsessieve kletsen via internet of mobiele telefoon, lijkt vaak 'nergens' over te gaan. En toch is dat maar schijn. Het gaat wel degelijk ergens over, alleen niet over inhoudelijke zaken maar over contact. Je zou het kunnen vergelijken met apen die elkaar vlooien. Dat is niet alleen bedoeld om parasieten uit elkaars vacht te halen, maar vooral ook om de sociale band te bevestigen."

Wat is 'online seks'?

Daarmee is de toon gezet, althans was het maar zo. Want vervolgens komt het onderzoek 'Seks is een game' - gewenst en ongewenst seksueel gedrag van jongeren op internet' van Rutgers Nisso Groep. Citaten van het onderzoeksverslag larderen het hele boek, in kaders.

Het boek vertelt niet direct dat het onderzoek niet representatief was, slechts in een bijzinnetje verderop. Dat is verkeerd. Te meer, daar het boek deze sensatie-opsmuk niet nodig heeft. De portretten van jonge verliefden, prachtig gefotografeerd, geven een milder beeld. Met als uitzondering dat van een 14-jarig meisje dat een gewenste relatie kreeg met een 36-jarige pedo. Waarmee dit onderwerp een scherp randje krijgt, niet nader uitgewerkt overigens.

Ook een gemis: niet gedefinieerd wat 'online seks' is. De meeste opvoeders vermoeden uiteraard dat kinderen masturberen. Is dat het? Vroeger alleen onder de lakens, nu ook achter de pc? Dat kom je niet te weten. En dan de val in de eigen kuil: "Wat uit het Rutgers Nisso-onderzoek duidelijk blijkt, is dat de internetopvoeding van pubers eigenlijk vooral neerkomt op seksuele opvoeding." Zou het opvoeden van tieners echt zo beperkt zijn?

Die tunnelvisie is verder niet hinderlijk, het boek gaat nu eenmaal over tienerseks en internet. 'Verliefd op internet' gaat er niet vanuit dat opvoeders minkukels zijn in het internettijdperk. Goed, er is een generatieverschil, maar de verhoudingen zijn niet wezenlijk veranderd: ouders brengen ervaring mee en kunnen onzekere pubers daarmee vertrouwen aanpraten.

"Generatiekloven zijn er natuurlijk altijd geweest, digitaal of niet. Dat is op zichzelf dus niet zo interessant." Jongeren en volwassenen kunnen van elkaar leren en omgekeerd. "Beide groepen beheersen hun eigen kunstje: de jongeren kennen het internet (hoewel vaak weer veel minder dan je zou verwachten) en de volwassenen hebben levenservaring."

Vooral de 'warme' kant

Verliefd op internet hanteert het harmoniemodel. Ouders moeten 'praten, praten, praten' met hun kinderen. Hoe dan in vredesnaam? Voor de lezer daar achter komt, moet hij zich eerst door een aantal basale preken en lessen over internet en opvoeding worstelen.

Helder is het wat betreft leeftijd: begin als opvoeder op het elfde, twaalfde jaar met praten over verliefdheid en seks, ook al tonen kinderen zelf die behoefte nog niet. In deze leeftijdsgroep brengt internet verwarring teweeg, zo maakte genoemd onderzoek duidelijk.

Gesprekken dienen volgens Pardoen en Pijpers meer te gaan over de 'warme' kant, emoties etc, dan over technische zaken als geslachtsziekten, menstruatie en masturbatie. Hoe dat ongeveer moet, wordt goed uiteengezet. Al ontbreken de voorbeelden van conversaties. Een cd-rom bij het boek met dat soort gesprekken zou ideaal geweest zijn.

Zo moeten ze ook praten over gevaren van misbruik. Er is een risico bij online afspraken voor het fysiek ontmoeten met onbekenden. Moet je dat nu wel of niet doen?

Kern: de webcam

Tweede, en nog groter probleem: beelden van de webcam kunnen worden vastgelegd en (later) verspreid. Ook hier geen pasklaar antwoord. De schrijvers vinden dat dit erbij hoort, verbieden heeft geen zin. Met eventuele latere verspreiding van beelden weten ze ook geen raad. Dat is een risico. Ze vinden dat er meer onderzoek moet komen om kwalitatief en kwantitatief dit centrale facet te kunnen duiden.

En een mogelijke oorzaak stippen ze maar summier aan: "Je hoeft niemand te vertellen wie je echt bent, je hoeft je vrijwel nergens te identificeren aan de poort. Blijkbaar maakt dat de weg vrij voor veel ongeremd en dus onfatsoenlijk gedrag. Ook op seksueel gebied."

Maar angst is een slechte raadgever, zo leren ouders in 'Verliefd op internet'. En monter vervolgt het: "Natuurlijk gebeuren er ongelukken in de digitale wereld, en inderdaad neemt hun aantal toe (vanwege de snelle groei van de digitale bevolking), maar de meeste kinderen kunnen toch redelijk veilig over straat zonder overreden of verkracht te worden."

Goed geschreven

Ouders van de Generatie M(ultimedia) hoeven niet te wanhopen , luidt de boodschap. Het is jammer dat het zozeer, ogenschijnlijk, steunt op het Rutgers-onderzoek. Wat minder hiervan, en wat meer over ouders' omgang met tienerseks in het internettijdperk zou een evenwichtiger beeld oproepen.

Niettemin, 'Verliefd op internet' loopt als een tierelier, met een logische opbouw, stijl en inhoud en een fraai evenwicht tussen theorie en praktijk. Moderne opvoeders verkondigen hun wijsheden al met net zo veel aplomb als hun voorgangers in het dr. Spock-tijdperk. Er is geen speld tussen te krijgen in de niet aflatende litanie van duidingen en zeer besliste uitspraken. Je kunt als lezer, bij wijze van spreken, nooit je vinger opsteken. Het dendert door. Achter veel zinnen past een uitroepteken, nooit staat er een vraagteken.

De uitzondering op deze regel, hoe retorisch ook nog van toonzetting, laat zien hoe belangrijk dit kan zijn: "Vertellen we misschien te weinig wat seks met intimiteit te maken heeft? Dat het gaat om een ontdekkingstocht tussen twee mensen die iets doen wat ze allebei willen? Vertellen we wel genoeg over vertrouwen, over onzeker zijn, over het verschil in beleving tussen twee mensen, over de intimiteit van een seksuele relatie?"

Goed en slecht boek

De behandelde boeken verschillen hemelsbreed. 'Verliefd op Internet' is van een een BNN-achtige frisheid van aanpak ('neuken doe je zo') die bij tijd en wijle overhelt ('kijk ons hier eens fijn luchtig mee omgaan'). Maar het is onderhoudend, goed geschreven, beklijft en biedt een steun in de rug van opvoeders.

'Vet Veilig Internet!' is meer Peter R. de Vries, maar dan slecht uitgevoerd; de tienerwereld wordt als verderf tentoon gespreid en de Stichting Kinderconsument snelt de opvoeder tegemoet met goede raad en de eigen (commerciële) producten. Het is jammer dat een deskundig geacht orgaan zich zo ondermaats uit.

Delver schrijft dat opvoeders hopeloos achter lopen, waarschuwt en werpt een reddingsboei; Pardoen en Pijpers menen dat internet het generatieverschil niet onoverbrugbaar maakt en leest opvoeders wijze zelfhulplessen. Beide boeken bieden broodnodig aandacht aan een boeiend fenomeen. <

Wat is jouw mening?

 
De aanmelding is succesvol afgerond.

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Ja, stuur mij de nieuwsbrief. We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Je krijgt ook gelijk toegang tot alle plusartikelen.

 
Netkwesties © 1999/2016. Alle rechten voorbehouden. Privacyverklaring
1
0